Terwijl de lokale politiek zich opmaakt voor een flinke uitbreiding van het aantal woningen, waarschuwen deskundigen dat de bestaande wijken niet uit het oog mogen worden verloren. Volgens sociaalwetenschappelijk onderzoeker Vincent Smit, voormalig corporatiebestuurder Harry Reininga en stedenbouwkundige Hans Thoolen is er meer nodig dan alleen het bouwen van nieuwe stadsdelen om de stad als geheel vooruit te helpen.
Tot het jaar 2040 staan er zo’n 25.000 nieuwe woningen op de planning, bovenop de huidige 88.000. Grote nieuwbouwprojecten zoals Eureka, Blossem, het Havenkwartier, het voormalige Amphiaterrein en het gigantische nieuwe stadsdeel op het voormalige CSM-terrein (’t Zoet) eisen momenteel veel bestuurlijke aandacht en energie op. Hoewel deze zogeheten ‘schaalsprong’ noodzakelijk is, vrezen de experts dat de verleiding groot is om te veel middelen op deze nieuwe gebieden te richten, in de aanname dat de bestaande stad zich wel redt.
Vijf fundamentele knelpunten
In een gezamenlijke verklaring wijzen de drie deskundigen op vijf hardnekkige kwesties die volgens hen bepalend zijn voor de toekomstige leefbaarheid. Allereerst uiten zij hun zorgen over de groeiende ruimtelijke kloof tussen arm en rijk. Bestaande initiatieven, zoals het Pact van Breda en Verbeter Breda, blijken in de praktijk weerbarstig. Zo ontbreekt het momenteel aan de bouw van substantiële aantallen sociale huurwoningen in de duurdere wijken om kansenongelijkheid tegen te gaan.
Daarnaast signaleren zij een verschraling van essentiële voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, cultuur en sport. Het gebrek aan laagdrempelige ontmoetingsplekken in de buurten vergroot de afstand tot de overheid. Ook de toenemende druk op de openbare ruimte baart zorgen. Bij een verdere verdichting van bebouwing moet er volgens de experts sneller ruimte worden gemaakt voor noodzakelijk groen en water, wat ten koste zal moeten gaan van grote ‘ruimteslurpers’ zoals asfalt en parkeerplaatsen.
Verder waarschuwen de initiatiefnemers voor de complexe uitdagingen rondom de energietransitie en mobiliteit. De overgang naar een gasvrije samenleving en de snelle toename van druk op het stroomnet vereisen ingrijpende aanpassingen, zoals nieuwe kabels in de straten en het grootschalig isoleren van verouderde woningen.
Oproep tot samenhang en wijkgericht werken
Als vijfde en laatste punt hekelen Smit, Reininga en Thoolen het bestuurlijke ‘hokjes-denken’. Doordat instrumenten en potjes met geld vaak versnipperd zijn door eigen regels, vallen bewoners regelmatig tussen wal en schip. Zij pleiten nadrukkelijk voor een afgestemde, wijkgerichte aanpak en nieuwe vormen van samenwerking tussen de overheid, maatschappelijke instellingen, ondernemers en inwoners.
“Als de stad een schaalsprong wil maken, dan moet de gehele stad een kwaliteitssprong maken”, concluderen de experts. Ze roepen het bestuur op om de enorme maatschappelijke energie die al in de wijken aanwezig is beter te benutten, zodat de bestaande stad en de nieuwbouwprojecten elkaar in de toekomst gaan versterken.






