De politierechter in Breda heeft woensdag een 22-jarige man uit Rotterdam vrijgesproken van niet-ambtelijke omkoping. De man, Mohammed A., stond terecht omdat hij tijdens het carnaval van 2025 tegen betaling minderjarigen zou hebben binnengelaten op een 18-plus gedeelte van het Piusplein in Tilburg. Hoewel de rechter het verhaal van de verdachte uiterst ongeloofwaardig noemde, volgde toch vrijspraak vanwege het ontbreken van een formele werkrelatie met de beveiligingsorganisatie.
Tikkies voor ‘schoonmaakkosten’ en ‘fooi’
Tijdens het carnavalsfeest vorig jaar kregen jongeren via de betaalapp Tikkie verzoeken van veertig en zeventig euro om het afgesloten plein te mogen betreden. Volgens justitie stak A. hiermee in totaal 150 euro in eigen zak. De Rotterdammer, die naar eigen zeggen in een blauw hesje als ‘vrijwillig toezichthouder’ meeliep om de carnavalssfeer een keer te ervaren, kwam in de Bredase rechtbank met een opvallende verklaring voor deze transacties.
Hij stelde dat een van de betalingen van 40 euro bedoeld was als vergoeding voor reinigingskosten, nadat er bier over zijn schoenen was gegooid. De overige bedragen zouden gulle fooien zijn geweest van feestgangers die zijn inzet tijdens de ramadan waardeerden. Dit excuus stond echter lijnrecht tegenover de verklaringen van de jongeren en de bankafschriften die de betalingen in rap tempo lieten zien.
Geen formele werkrelatie
Hoewel de rechter de uitleg van A. naar het rijk der fabelen verwees, kon een veroordeling juridisch gezien niet standhouden. Om iemand te veroordelen voor niet-ambtelijke omkoping, moet er sprake zijn van een dienstverband of formele opdracht. Het beveiligingsbedrijf dat destijds aangifte deed tegen de man, bleek hem echter helemaal niet te hebben ingehuurd of te kennen.
Volgens de politierechter had de aangever nooit contact gehad met de verdachte en was zijn opdracht volstrekt onduidelijk. De verdachte had het blauwe hesje mogelijk slechts via een vriend gekregen. Omdat hij geen officiële taak, dienstverband of instructies had op het plein, trof hem in de ogen van de wet geen blaam voor bedrijfsomkoping.
De officier van justitie, die een taakstraf van 60 uur of 30 dagen cel had geëist, heeft veertien dagen de tijd om in hoger beroep te gaan tegen de beslissing van de rechter.








