Tijdens het Breda Jazz Festival klinken traditiegetrouw vrolijke noten door de straten, maar achter de feestelijke sfeer schuilt een groeiende zorg over de toekomst van de blaasmuziek. Steeds minder jongeren kiezen ervoor om een instrument te leren bespelen, zoals de trompet, trombone of saxofoon. Lokale docenten, muzikanten en dirigenten luiden daarom de noodklok over de sterke afname van muzikaal talent. “Het wordt structureel alleen maar minder,” klinkt de waarschuwing.
Gaten in de bezetting
Dirigent Daan Bogers van het Brabants Jeugd Jazz Orkest noemt de situatie zeer zorgwekkend. Waar jonge muzikanten vroeger door middel van audities moesten strijden voor een felbegeerde plek, vallen er nu gaten in de bezetting van lokale orkesten en bigbands. “Als je nu een trompettist, trombonist of saxofonist nodig hebt, kun je lang zoeken. Je vindt ze bijna niet meer,” vertelt Bogers. Hij benadrukt dat het niet om een tijdelijke dip gaat, maar om een aanhoudende, negatieve trend.
Ook Paul Luijkx, trompettist en al ruim dertig jaar muziekdocent op het Mencia de Mendoza in Breda, herkent dit beeld. “Toen ik begon, had ik op school een complete bigband met vier trompetten en vier trombones. Nu loopt er op de hele school niet één trompettist meer rond. Dat zegt eigenlijk genoeg.”
Dure lessen en veranderende mentaliteit
Volgens de muziekkenners heeft de daling van de jeugdinstroom meerdere, diepgewortelde oorzaken. Enerzijds is muziekonderwijs door forse overheidsbezuinigingen en stijgende kosten steeds minder toegankelijk geworden. Voor veel ouders lopen de kosten van een instrument en wekelijkse lessen te hoog op.
Anderzijds speelt een veranderende mentaliteit onder jongeren een grote rol. Digitale middelen bieden snellere voldoening. “Jongeren willen alles snel en zijn minder vaak bereid om in een lang traject aan iets te werken,” legt Bogers uit. “Het duurt simpelweg even voordat je een instrument goed genoeg beheerst om in een orkest mee te spelen en de vruchten van je oefening te plukken.”
Structurele investeringen nodig
Om het tij te keren, grijpt de organisatie van het Breda Jazz Festival dit jaar in met een sterke focus op de jeugd. Schoolbands krijgen een eigen podium, er worden educatieve projecten georganiseerd en men zamelt instrumenten in voor kinderen voor wie de aanschaf anders onhaalbaar is. Toch is er meer nodig, stellen Luijkx en Bogers. Zij pleiten voor structureel, betaalbaar en laagdrempelig muziekonderwijs, gesteund door ruimere subsidies. “Een instrument leer je niet in een los projectje van drie maanden,” aldus Luijkx.
De tijd dringt, waarschuwt Bogers. “Als we nu niets doen, wordt het straks onmogelijk om orkesten overeind te houden. Op de conservatoria zitten al bijna geen Nederlandse studenten meer, en het Nationaal Jeugd Orkest bestaat voor nog maar dertig procent uit Nederlanders. Dat is een duidelijk teken aan de wand.”
Sterke afname in cijfers
De lokale bevindingen worden ondersteund door landelijke cijfers van onder meer de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO) en het LKCA. De zogenaamde HaFaBra-sector (harmonie, fanfare en brassband) staat al jaren zwaar onder druk. Het totaal aantal leden is gedaald van ruim 140.000 rond 2005 naar om en nabij de 100.000 vandaag de dag. Vooral de jeugdinstroom laat een alarmerende daling zien, met schattingen die wijzen op 30 tot 50 procent minder jonge muzikanten. Hoewel de algemene deelname aan muziek relatief stabiel blijft, verschuift de interesse van de jeugd overduidelijk naar individuele en digitale vormen van muziekmaken.








