De Biesbosch is voor velen een geliefd natuurgebied om in te recreëren, maar het speelt ook een onmisbare rol in ons dagelijks waterbeheer. Om die functie beter uit te lichten, heeft het Biesbosch MuseumEiland in Werkendam afgelopen dinsdag een vernieuwd deel van de vaste expositie geopend. Hierin staan de actuele thema’s rondom waterbeheersing en de toekomst van het gebied centraal.
Van watersnood tot waterbuffer
Het bekende natuurgebied is in 1421 ontstaan na de verwoestende Sint-Elisabethvloed. Waar het water destijds grote stukken land opslokte door dijkdoorbraken, is het gebied vandaag de dag juist van levensbelang voor de Nederlandse drinkwatervoorziening. Via grote spaarbekkens in de Biesbosch krijgen miljoenen mensen dagelijks zoet en schoon water. Daarnaast wordt de regio steeds belangrijker voor het opvangen en vasthouden van water tijdens aanhoudende periodes van droogte.
Veranderde kijk op het klimaat
Het museum telt zeven paviljoenen die samen het verhaal van de Biesbosch vertellen. Waar de historische paviljoenen intact bleven, was het gedeelte over het heden en de toekomst sterk verouderd. Volgens museumdirecteur Peter van Beek zijn de inzichten rondom klimaatadaptatie in het afgelopen decennium ingrijpend veranderd. “Vroeger wilden we rivierwater zo snel mogelijk afvoeren naar zee. Tegenwoordig kijken we vooral hoe we dat water juist kunnen vasthouden voor droge tijden, terwijl we tegelijkertijd moeten omgaan met extreme piekbuien,” aldus Van Beek. Het gebied valt tevens binnen het nationale ‘Ruimte voor de Rivier’-project, wat betekent dat het enorme hoeveelheden overtollig water veilig moet kunnen opvangen bij hoge rivierstanden.
Dilemma’s en natuur
In de geüpdatete expositie ervaren bezoekers het veranderende klimaat mede door de ogen van dierlijke bewoners, zoals de bever, de roerdomp en de rivierrombout. Een interactieve animatie toont bovendien de lastige ruimtelijke keuzes van deze tijd. Moet de focus liggen op het vasthouden van water tegen droogte, of juist op snelle afvoer tijdens hoosbuien? Beide scenario’s vereisen een totaal andere beleidsmatige aanpak.
Met de vernieuwde tentoonstelling hoopt het museum het bewustzijn van het publiek flink te vergroten. “Veel mensen vinden het vanzelfsprekend dat we kunnen leven op een plek die in feite onder de zeespiegel ligt,” besluit Van Beek. “Wat er allemaal nodig is om hier droge voeten te houden, hebben we niet altijd scherp. Het is een belangrijke taak van musea om mensen daarop te wijzen.”








